Met opa naar de Big Apple

Amerika
door Jan Doets

Het was een overval natuurlijk. Maar dan een van de leuke soort, ‘Hoe gaat-ie opa?’ had hij nietsvermoedend gevraagd. ‘Slecht’, had ik met sombere stem geantwoord. 'Slecht? Wat is er dan?’ ‘Ik wil graag naar New York. Maar ik kan niemand vinden die m’n koffers wil dragen.’

De euforie kwam pas na een minuut of tien. Hij, Stijn, m’n 14-jarige kleinzoon, kon maar niet geloven dat ik hem via een doorzichtig grapje had uitgenodigd om met mij (71) naar New York te reizen, de stad van zijn dromen. De stad trouwens waarover z’n hele klas droomde, zag ik een paar dagen later op z’n facebookpagina. ‘Cool Stijn’. ‘Gaaf!!’ ‘Ik zo’n opa’. ‘Jaloers!’ ‘Have fun. Great.’

Vrijheidsbeeld in New York City

Eerlijk gezegd verbaasde ze me, al die enthousiaste reacties. Ik dacht dat Amerika het droomland was van mijn generatie. Van de jongens en meisjes die opgroeiden in de jaren vijftig. Van de jongens en meisjes die met openvallende mond naar Hollywood-films keken. En daarin zagen – het zijn in beton gegoten beelden – hoe James Dean een koelkast opende, daar een fles melk uit pakte, er een teug uit dronk om vervolgens met een als een vliegdekschip zo’n grote auto, deinend tussen de wolkenkrabbers en over een hoge hangbrug, naar zijn vrienden en vriendinnen te rijden die op het strand rondom een barbecue naar muziek van Buddy Holly luisterden.

Vergeet het. Ook voor het merendeel van de vrienden en vriendinnen van mijn kleinzoon is Amerika nog steeds het beloofde land. Alleen zijn de beelden anders.

’t Is een trend, begrijp ik uit mijn omgeving. Opa’s en oma’s die een paar dagen op stap gaan met hun kleinkinderen. Een kennis, gepensioneerde lerares klassieke talen, ‘deed’ met haar kleindochter Rome. Een van mijn neven ging met zijn kleinzoon naar een voetbalwedstrijd van Arsenal. Een vriend en vriendin namen hun kleinkinderen mee naar de Oostenrijkse bergen om er een weekje te gaan klimmen. En ik vloog met m’n oudste kleinzoon dus naar New York.

Als gediplomeerd digibeet, ontbrak me de lust om het internet af te struinen naar goedkope vluchten en billijke hotels. Daarbij – vertelden zij die het weten kunnen - is het nog maar zeer de vraag of je voor trips naar New York goedkoper uitkomt als je alles zelf regelt. De oplossing vond ik op de website van Jan Doets in Heerhugowaard. Een vijfdaagse reis naar The Big Apple voor 985 euro. Belangrijk aspect: het hotel stond aan de 47e straat, om de hoek van Times Square. Ofwel: zowel mijn highlights als die van Stijn lagen bijna allemaal op loopafstand.

Daar zat ik nog wel even over in: het leeftijdsverschil en de daaraan verbonden interesses. Ik wilde graag naar het MOMA, het Museum Of Modern Art. En naar het Whitney Museum waar een tentoonstelling was ingericht over Edward Hopper. Stijn wilde vooral naar het Empire State Building. En naar de Apple Store op Fifth Avenue. En naar de drie verdiepingen hoge M&M store op Times Square. Maar we hadden ook gezamenlijke wensen. Naar een honkbalwedstrijd van de Yankees bijvoorbeeld. En – op zondagochtend, als half New York er verpozing zoekt - naar het Central Park.

Whitney Museum in New York City

Vijf dagen feest. Voor ons beiden. Vanaf de aankomst tot aan het vertrek. ‘Wauw, great, cool, gaaf, vet’. Ik hoorde niks anders. En ik deed in eigen bewoordingen met hem mee. Jawel, ik wist wat me te wachten stond. De fascinerende hectiek van een stad die nooit slaapt. Dat pompende gehuil van politiesirenes, het in schel knipperend neonlicht gedrenkte Times Square, de als gele torretjes door het verkeer zigzaggende yellow cabs, het geduizel van al die mensen in de stampendrukke metro… Maar toch, toch overdonderde New York opnieuw.

Times Square in New York City

Jawel, de oude grijze man tolde ’s avonds van vermoeidheid op zijn benen. Maar zijn kleinzoon ook. Niet alleen doodop van het sjouwen door die immense stad, maar waarschijnlijk ook omdat er zo onwaarschijnlijk veel op je afkomt. Een dag New York kan er al vlug als volgt uitzien: eerst een hoogopgetast ‘lumberjack breakfast’ en daarna een vaartochtje met de City Sightseeing Cruise langs onder meer het Vrijheidsbeeld en het helaas gesloten Ellis Island en de Brooklynbridge. Als dan tussen de locals is gelunched op Bryant Park gaat het verder met een bezoek aan dat imponerende Grand Central Station, loop je rond op de Top of the Rock (het mooiste uitzicht van New York), bezoek je het MOMA en dineer je tot slot heel trendy in ‘TGI Friday’s’, afkorting van (leerde ik van mijn kleinzoon) Thank God It’s Friday. 


En dat was niet eens de vermoeiendste dag. Dat was de laatste. Waarin we in een temperatuur van 37 graden Celsius van het hotel naar Battery Park liepen (over onder meer de pas geopende ‘High Line’, een spectaculair, hoog tussen de wolkenkrabbers doorlopend, met kunst en bijzondere planten gestoffeerd wandelpad tussen de 34e en de 13e straat) en weer terug via onder meer Ground Zero (een toeristische tranentrekker), een heen-en-weertje met de pont van Staten Island, Wall Street en China Town.

Maar daar stond de betrekkelijke rust van dat bezoek aan het Yankeestadium tegenover. Drie uur lang Amerika pur sang. Met homeruns, emmers vol popcorn, Budweiser, hot dogs en tijdens de zevende innings natuurlijk het God Bless America. Vol hartstocht gezongen door het hele stadion. Staand en met de rechterhand op het hart.


‘Wil je nog wel eens terug naar New York, Stijn?’, vroeg ik op de terugweg in het vliegtuig. Mijn kleinzoon vastberaden: ‘Ik ga er wonen’.    

Bekijk hier onze stedentrip naar New York