Onterecht onbekend: Atlantisch Canada

Canada
door Melvin Malepaard

Het eerste woord dat opkomt in Atlantisch Canada is ‘puur’. Het is er nog rustig, een beetje zoals bijvoorbeeld New England vijftig jaar geleden was qua toerisme: genoeg te zien en te beleven, maar massa’s vakantiegangers kom je er niet tegen. Zelfs in het hoogseizoen waren er momenten dat we ons alleen op de wereld waanden en we bij de mooiste uitzichtpunten het rijk alleen hadden. Dat heeft wel wat, je voelt je toch net even meer avonturier als je dat niet met honderd andere toeristen en hun selfiesticks een plaatje probeert te schieten van hetzelfde mooie uitzicht. En dat op maar 6,5 uur vliegen van Nederland!

Het Atlantische deel van Canada bestaat uit vier provincies: Nova Scotia, Prince Edward Island, New Brunswick en Newfoundland. Het is rustig en ruig. De plaatsjes langs de kust zijn knus, vol gekleurde houten huisjes, en overal waar je komt zorgt een vuurtoren op de achtergrond voor een extra idyllisch tintje. Tel daar de zilte geur van de zee en het prikkelende gevoel van een zacht zonnetje bij op en je weet: veel relaxter wordt het niet.

De regio ligt bezaaid met scenic routes, die je van het ene mooie uitzichtpunt naar het andere panoramische plaatje brengen. De mooiste vinden wij de Cabot Trail op Cape Breton Island, in het noorden van Nova Scotia. De beroemde Schot Alexander Graham Bell schreef er ooit over: ‘Ik heb de hele wereld rondgereisd, heb de Candase en Amerikaanse Rockies gezien, de Andes, de Alpen en de hooglanden van Schotland, maar op het gebied van schoonheid overtreft Cape Breton ze allemaal.’ En gelijk heeft-ie, de Cabot Trail staat zéker in de top vijf van mooiste routes in heel Noord-Amerika. De weg slingert over het hele noordelijke deel van Cape Breton, dwars door rust en ruimte, vol scherpe bochten en hoogteverschillen, langs uitgestorven stranden en ruige baaien. Zorg dat je tegen de klok inrijdt, dan pak je de kustkant van de weg mee en heb je dus het beste uitzicht.

Atlantisch Canada heeft Britse en Franse roots en dat zie je hier en daar nog wel terug. De bewoners zijn een traditioneel volkje en hebben allerlei oude gebruiken die ze met plezier in leven houden. Extra leuk is het om nietsvermoedende bezoekers daarin mee te trekken, en zo ben je in Newfoundland voor je het weet zelf onderdeel van een eeuwenoud ritueel dat ze ‘screech-in’ noemen. Met deze ceremoniële manier van een shotje rum drinken, word je volgens de overlevering een echte Newfoundlander. Je krijgt eerst een stukje papier in je handen gedrukt met een tekstje dat je moet onthouden. Dan vraagt de leider van de ceremonie of je een Newfoundlander wil worden en wie ‘yes’ roept, moet zichzelf voorstellen. Vervolgens houd je je shotje Screech omhoog en wordt je gevraagd ‘Are ye a screecher?’. Het antwoord daarop heb je als het goed is uit je hoofd geleerd: ‘Indeed I is, me old cock. And long may your big jib draw’, wat zoiets betekent als ‘Dat ben ik zeker, oude vriend, en moge je de wind altijd in de zeilen hebben.’ Vervolgens kus je een bevroren vis (ja, echt) en spoel je die vieze smaak weg met je shotje Screech – dat overigens ook niet bovenaan de lijst van dingen die lekker zijn staat. Maar goed, je moet er iets voorover hebben om bij het selecte gezelschap Newfoundlanders te horen natuurlijk. En het moet gezegd: de rest van de avond ben je iedereen zijn beste vriend. Want hoe je een feestje viert, dat weten die Atlantisch Canadezen wel. Cheers!