Dag 11

7 september

Vandaag is Labor Day. Iedereen is vrij, dus is het lekker rustig als we om half negen Boston uitrijden. Eenmaal op de Interstate 95 aangekomen kunnen we lekker doorrijden. We hebben vandaag voor ons doen een lange rit, 147 miles een kleine 220 km. We merken dat het richting het zuiden veel drukker is dan naar het noorden waar wij heen gaan. Als we van de kust afbuigen de White Mountains in, wordt het zelfs gigantisch druk. Enorme campers, auto' met enorme caravans allemaal richting Boston. Later horen we van een Amerikaans echtpaar dat morgen de scholen weer beginnen. De vakanties duren altijd tot en met Labor Day.
De rit is fabelachtig mooi. We stoppen op een, weer enorm grote, parkeerplaats met prachtig uitzicht op de bergen. We zien hele mooie meren en rijden constant door de bossen. De bergen zijn hier niet zo hoog. Mount Washington is de hoogste berg in de White Mountains, hij is 1900 meter. Je kunt met een treintje omhoog, maar er loopt ook een weg naar de top. We logeren in Jackson, een klein dorp. Buiten het dorp ligt ons hotel, gebouwd in 1879. Een plaatje, veel is nog in de oude staat, zoals de hal, de eetzaal en een veranda waar je heerlijk buiten kunt zitten met uitzicht op de bergen en een golfbaan. Ook vanuit onze kamer kijken we daarop. Er is wel een prachtig zwembad, niet uit 1879, en overal gratis wifi. We worden allervriendelijkst ontvangen. Het is heet, 33 graden. Ook nog op deze hoogte, 320 meter hoog. De eigenaresse van het hotel zegt ons dat er op loopafstand een waterval is, waar je heerlijk in de bossen kunt zitten. Er zijn bankjes en grote stenen in het water waarop je kunt zitten met je benen in het water. Wij erheen. Het is een plaatje, een bos met een watervalletje waar kinderen heerlijk in het water spelen. Een ouderwets houten bruggetje over het stroompje, waar maar een auto tegelijk overheen kan. Een oase van rust. jammer dat we hier maar twee nachten blijven.