Dag 18

Op weg naar Death Valley

Vandaag vertrekken we uit dit park en gaan op weg naar onze volgende bestemming.
Eerst gebruiken we het ontbijt op de kamer. Dat bevalt ons tot nu toe erg goed, wat vers fruit dat we eerder gekocht hebben en wat creackers met kaas. In de kamers hier in de VS is er vaak een gelegenheid om zelf koffie en thee te zetten en daar maken we dan ook dankbaar gebruik van.
Rond 10 uur vertrekken we en rijden langs een andere route het park weer uit onderweg nog genietend van de mooie vergezichten. Wat kan onze natuur toch mooi zijn, wij genieten er met volle teugen van.
We moeten weer richting Las Vegas, dat we onderweg in de verte zien liggen ,maar deze keer links laten liggen.
Onderweg veranderd het beeld van de natuur dat we zien weer volledig. Waren het bij vertrek de bossen en de rode bergen die we te zien kregen, nu is het meer een woestijnlandschap om ons heeft.
De afstanden zijn enorm en de highway ligt als een strak getrokken lint door het land. Er lijkt geen einde aan te komen. We stoppen meerdere malen, ook om de lunch die we in een supermarkt hebben gekocht, te gebruiken.
Het landschap dat we zien wordt steeds droger. Ik besluit om toch nog maar even de bezinetank vol te gooien, ik weet niet zeker of we het halen en wil in deze woestijn niet stil komen te staan. In de auto staat de airco aan er is het goed uit te houden, maar buiten wordt het steeds warmer. Lijkt wel de bekende hitte van Curacao.
Maar het wordt nog warmer, als we het Death Valley nationaal park binnen rijden. We komen een bord tegen dat aangeeft dat we nu op zeeniveau rijden en de weg gaat enkel nog maar verder naar beneden. Lijkt wel een beetje op de Dode Zee in Israël. Maar daar zij we nu niet.
Het is hier wel veel warmer en geen water te zien. Droge warmte, ik heb geen idee welke temperatuur, maar neem van mij aan het is hier warm.
We rijden langs een uitkijkpunt en gaan een kijkje nemen, samen met een horde vakantiegangers. Uitzicht is fenomenaal, maar het lijkt wel meer op een aantal kurkdroge, versteende bergen waar we op uitkijken.
Er schijnt dat er hier in het verleden een mineraal uit de grond werd gehaald, maar kan zo snel niet op de naam komen. Dat is in ieder geval nu niet meer aan de orde, maar in het plaatsje waar de mensen verbleven hebben ze sinds 1933 toeristen accomodaties neergezet, nadat ze er een nationaal park van gemaakt hebben.
Ons hotel is gebouwd in de vorm van een ranch, maar beschikt ook over een eigen golfbaan. In de wintermaanden kun je er paardrijden, gelukkig anders is het voor die beesten hier ook niet uit te houden.
Er is hier in de omgeving niets anders beschikbaar dus gaan we bij een van de drie restaurants op de ranch eten.
We blijven hier maar een nacht, dus morgen gaan we onze tocht weer vervolgen.

Toen we net van een heerlijk diner terug kwamen was het om acht uur nog 100 graden Fahrenheit, dat is bijna 37 graden Celsius en dat om deze tijd. Zal er morgen op letten als we rond 11 uur weggaan hoe warm het dan al is. Het is niet te vergelijken met een sauna, want daarin heb je vochtige wamte, hier hebben we te maken met super droge warmte.