Dag 14

Mammoth Lakes & Death Valley

Vroeg gingen we op pad, nadat we eerst nog even hadden ontbeten in het hotel. We begonnen de dag met een wandeling in Mammoth Lakes, de zogenoemde Panorama Dome Trail. Het is nog erg rustig overal en nadat we de instructies hebben gelezen omtrent wat te doen in het geval van een ontmoeting met een zwarte beer konden we op pad.
Wat te doen als je een zwarte beer ziet? Schreeuw, maak je groot en geef de beer de ruimte, nou dat is niet zo moeilijk ik kan gillen als de beste, groot maken met ook lukken en terwijl je dan schreeuwt en je groot maakt ga je ook nog even opzij voor meneer de beer. Het moeilijkste zit hem in de vierde instructie: blijf staan. Ja hoe dan, heel tegennatuurlijk, waarschijnlijk zet ik natuurlijk een hopeloos sprintje in. Tim garandeert me dan tegen te houden. Prima. We kunnen.
Het pad begint erg fijn: smal en aan beide kanten begroeiing. Dus met de wetenschap dat hier beren zitten voel je je enorm op je gemak. Voor de beeldvorming: al zit er eentje 50 cm links, of 50 cm rechts van me dan zien we die waarschijnlijk niet eens. De wandeling ging steil omhoog over een pad van steentjes. Het was een behoorlijke klim, maar absoluut de moeite waard. Het uitzicht bovenop was wederom ongelooflijk. Onderweg komen we nog een aantal muskusratjes en eekhoorntjes tegen. Bij het eerste muskusratje schrokken we ons de takken: die hing in een boom op 30 cm van Tim zijn gezicht, terwijl ik op hetzelfde moment ‘o kijk kijk kijk’ riep. Tim kan hoog springen kan ik jullie vertellen.
Eenmaal weer beneden liepen we terug naar de auto. Op 1,5 meter van het pad lag een hert in de bosjes. Een hert met grote oren, heel schattig. Hij keek ons wel aan, maar bleef lekker liggen, totdat we natuurlijk probeerden nog iets dichterbij te komen. Toen liep het hert rustig weg.
Toch nog wild gezien dus.
Vervolgens zijn we langs Twin Lakes en Mary Lake gereden. Allemaal even mooi. De campings staan vol met tentjes en hier en daar zien we families vissen. Bij Twin Falls zijn we uitgestapt. Vanaf dit punt kijk je vanaf een waterval naar beneden uit op Twin Lakes. Op Twin Lakes zie je allemaal mensen vissen en in bootjes varen. Ze zijn vanaf dit punt minuscuul klein. We lopen vanaf de watervallen naar Horseshoe Lake. Een meer dat in vergelijking met de andere meren heel erg rustig is. Het is weer een ongelooflijk uitzicht. Een rottweiler heeft me hier nog de stuipen op het lijf gejaagd, aangezien ik hem aanzag voor een bruine beer. Hij sprong ineens uit de bossen. 5 minuten later riep Tim ook nog ‘KIJK een beer’…. ‘van een vent’. Ja ha-ha lollig ook.
We lopen terug naar de auto en gaan op zoek naar een plek waar we even kunnen zwemmen. Na wat te hebben rondgereden besloten we dat Horeshoe Lake onze beste optie was. We parkeerden de auto en tegen een grote kei aan gingen we heerlijk in het zonnetje liggen. De temperatuur was precies goed. Ik besloot nog even het water in te gaan. Dit voelde alsof ik in een bak met ijswater was gesprongen, maargoed verfrissend was het dus wel. Toen ik weer was opgedroogd hebben we nog even geluncht aan een van de picknicktafels aan het meer. We maakten ons op voor de extreme hitte van onze volgende bestemming: Death Valley.
Rond een uurtje of 13.00 uur vertrokken we naar Death Valley, dat op ongeveer 3,5 uur rijden lag.
Onderweg zijn we nog even gestopt in Lone Pine een grappig stadje met ouderwetse Saloons. We haalden hier een milkshake en gingen verder.
De temperatuur zagen we onderweg oplopen. Rond 16.30 uur was de temperatuur gestegen tot 53,3 graden Celsius. Precies op dat moment kwamen we aan bij the Musquite Sand Dunes. Onderweg hadden we onze Airco alvast stapje voor stapje warmer gezet, maar alsnog kregen we een keiharde klap in onze gezicht toen we de auto uitgingen. De duinen leken een beetje op die in Hoek van Holland met als enige verschil dat we hier letterlijk kapot stonden te gaan. Tim: ‘Deze temperatuur is toch om te janken’. Hoe het voelt? Stel je voor. Je pakt de heetste sauna in het welnessresort, dat is de temperatuur en dan nog een beetje erger. Stel je voor. Je neemt in die heetste sauna een zogenoemde Löyly/ opgieting, waarbij de warme lucht naar beneden wordt geslagen, dat is de temperatuur van de wind die hier staat. Het doet serieus pijn aan je ogen. En dan te bedenken dat het al tegen 5 uur is, Tim heeft het vermoeden dat je hier om 12.00 uur zou sterven. Overal staan borden met teksten als “Heat Danger, Do not enter after 10 am”. A fijn, je kan hier dus na 10.00 uur al niet meer normaal functioneren. We snappen direct waar die ‘death valley’- naam vandaan komt.
Voordat we verder gingen moest Tim nog even plassen. Dat is een unicum want de afgelopen twee weken ben ik ongeveer 4 keer per dag op zoek geweest naar een toilet. Gaat Tim een keer, midden in Death Valley, pakt hij de deurknop vast, ja daar zat hij natuurlijk direct praktisch aan vast geplakt. Gevolg: ‘%$^**** ik sta mijn klauw te verbranden’. Dan kom je terug in de auto en denk je ook heerlijk die Airco, maar dat is dus het moment dat je begint te zweten en niet zomaar zweten nee het gutst van je af. We reden door naar ons hotel en bespraken de hele auto rit hoe snel we in dat zwembad gingen springen bij het hotel. We moesten nog 8 minuten rijden toen we nog steeds niks anders zagen als stenen, rotsen en zand. Hoe huh kan dat, we moeten toch zo ons hotel zien. En ja hoor: daar stond ons hotel, compleet met palmbomen. Het leek wel een oase. Wij dropen van het zweet naar binnen en checkte in. We reserveerden nog even voor het restaurant om 20.30 uur en waren klaar om te gaan. Dan denk je alles gehad te hebben, maar heb je een kamer met uitzicht waardoor je ook nog twee trappen moet nemen met je bagage. Plan van aanpak was zo snel mogelijk handelen dan zwemkleding aan en duiken. Binnen 20 minuten sprongen we met een rotgang in het zwembad. Wat was dat fijn, je moest vooral onder water blijven i.v.m. hitte. Na een uurtje gingen we het bad uit om even om te drogen, dat duurde welgeteld 3 minuten. Vervolgens zijn we even gaan douchen en een drankje gaan doen aan de bar.
Daar raakten we in gesprek met een Amerikaan die met 4 anderen El Capitan in Yosemite NP zou gaan beklimmen. Twee jaar hadden ze getraind, en op het moment suprême; de bosbrand. Ze zijn nog wel het park ingegaan, maar de rook was zo dik dat ze bij de afdaling niet eens konden zien wat ze deden. Omdat hun trip was afgeblazen zijn ze uitgeweken naar andere gebieden in de regio, ze zouden immers een week in de omgeving blijven. Nadat we de man nog even hadden uitgelegd dat praktisch niemand in Nederland wooden shoes draagt en dat niet onze hele tuin vol staat met tulpen gingen we eten in het restaurant.
Tim zat ongelooflijk lollig te doen en tegen de tijd dat de ober de bestelling kwam opnemen had ik weer de slappe lach. Toch is het gelukt wat te bestellen en ook hier viel het eten niet tegen: ik had een spinazie salade en Tim had gegrilde zalm. Toen we moesten teruglopen van het restaurant naar de kamer was het buiten nog altijd ontzettend warm. De wekker hebben we voor morgenochtend gezet om 05.30 uur zodat we de ergste warmte hopelijk een beetje voor kunnen blijven.