Dag 6

Dag 6 - Een dagje rust in Southampton, Long Island

Dag 6 – Een dagje rust in Southampton, Long Island
Tot nu toe hebben we in korte tijd veel gereisd en ondernomen. Vandaag beloofd het heel mooi weer te worden en dat betekent dat we vandaag het strand van Southampton willen bezoeken. Tussen 8.30 en 9.00 uur worden we pas wakker. We besluiten om een duik in het zwembad van het hotel te nemen. De zon straalt ons al tegemoet en een duik in het relatief koude water maakt ons direct wakker. Na de zwempartij ga ik naar de plaatselijk supermarkt, die net iets te ver weg is om te lopen. De Stop & Shop supermarkt in Southampton is niet al te groot, een beetje Nederlands formaat supermarkt.
Bij binnenkomst ligt het fruit de bezoeker toe te lachen. In de aanbieding een 2,5 kilo schaal met kiwi, meloen, ananas, aardbeien, bosbessen en framboos voor $5,49… dat kan ik niet laten liggen. Wat nectarines worden extra meegenomen en daarmee weet ik zeker dat we voor vandaag onze portie vitamines weer binnenkrijgen. Ik haal nog wat croissants, ja serieus goede croissants, en toch maar eens wat verse bagels proberen.
Bij thuiskomst komt de rest van de familie net uit het zwembad. Onze zoon en ik verversen het ijs in de koelbox. Dat is wel ideaal in Amerika, dat de meeste motels en hotels zogenaamde ‘ice vending machines’ hebben staan waar je meestal onbetaald ijs kan ‘tappen’. Dat doen wij ook en vervolgens leggen we alle blikjes soda, flesjes water en de yoghurt en fruit in de koelbox. We nemen de spullen voor het ontbijt mee naar het terras in de tuin waar we de eerste middag onze mojito dronken. We mogen daar ontbijten en dat is superfijn.
Na het ontbijt is het al laat in de ochtend, geen lunch vandaag meer nodig. We verzamelen onze zwemspullen voor het strand. Ik haal bij de receptie van het hotel handdoeken voor op het strand en huur voor $5 per item twee strandstoelen en een parasol. Vanaf de Southampton Inn rijdt continu een shuttle naar ‘Cooper’s Beach’ aan de Atlantische oceaan. De shuttle is echter vol wanneer wij mee willen. We besluiten dat ik de rest van de familie met de auto afzet bij Cooper’s beach en dat ik dan terugrijd en de shuttle pak naar het strand. De auto parkeren bij Cooper’s beach blijkt namelijk $40 en dat gaan wij dus niet doen. Vandaar de wat omslachtige manier om bij het strand te komen.
We toeren door de villawijken van Southampton, totdat de oceaan zich na zo’n 5 minuten openbaart. De omgeving is ook hier weer bijzonder mooi. De huizen liggen pal tegen het strand met een schamel duintje tussen het water en de luxueuze optrekjes. De duinen in Schoorl en Bergen zijn wat dat betreft van een ander kaliber, maar toch, de sfeer hier is eigen, zeg maar “The Hampton’s Place”. Waar we in Newport al onder de indruk waren van de landhuizen, zijn we ook hier weer zwaar onder de indruk. We rijden een stukje door over Meadow Lane, een doodlopende weg met enorme huizen door water omzoomd. Wat woon je hier ontzettend mooi! Prachtige strandhuizen, zeg maar gerust strandpaleizen! De één heel modern met rechte lijnen in het wit, de ander als een Spaanse haciënda opgetrokken tegen het witte zand en weer een ander ik ‘New England’ stijl, in wit hout opgetrokken met grote veranda’s met daarvoor knalblauwe hortensia’s. We realiseren ons dat we ook hier, net als in Newport, in het Saint-Tropez of het Marbella van Amerika zijn. Maar in onze ogen veel ‘stylischer’ dan de genoemde plaatsen.
Uiteindelijk zet ik de familie af bij de strandopgang zo’n 400 meter van Cooper’s beach af. Een stuk rustiger hier dan bij het ‘officiële’ strand. De familie loopt met de stoeltjes, de handdoeken en de koelbox naar het strand. Ik rijd terug naar de Southampton Inn, parkeer mijn auto en pak de shuttle. Dat gaat allemaal heel voorspoedig. Ik ben de enige op dat moment die meerijdt en kom daardoor makkelijk aan de praat met de chauffeur, met Rob. Rob vraagt mij waar ik vandaan kom en meestal houd ik het dan heel makkelijk: “The Netherlands, Amsterdam”. ‘Oooo, you have the best ‘pot’ in the world. You like smoking yourself, Sir? Dat Nederland over ter wereld en zeker in Amerika bekend staat om ‘de Wiet, de Red Lights en Cruijff’, dat is toch eigenlijk wel betreurenswaardig. Ik vraag Rob wie hier allemaal wonen, waar de mensen vandaan komen? “From all over the country, but mainly New York City. People fly with their helicopters from NYC to Southampton in less than 15 minutes. No traffic, no jams…they earn millions a week…”. Dat hier veel geld zit hadden wij al gezien. Het soort rijkdom dat wij feitelijk in Nederland niet kennen, zeker wanneer je beseft dat een huis op de plek bij Cooper’s beach tussen de $20 en $70 miljoen kost!!
Wanneer ikzelf op het strand aankom rent onze zoon mij al enthousiast tegemoet. Pap, heb je die golven gezien! Ik kijk op en zie golven van 2 to 3 meter hoog! Terwijl het bijna windstil is, het water rustig oogt, klappen er dus golven op het strand stuk, die even daarvoor nog één tot anderhalf keer zo hoog zijn dan ik lang! Dit is dus de Atlantische oceaan! Herkenbaar wanneer je Zuid-Frankrijk kent bij de ‘côte Sauvage’ even boven Bordeaux, of bij Biarritz, helemaal in het zuiden bij de Spaanse grens. Ik trek snel mijn zwembroek aan en we duiken beiden in de ‘wilde zee’. De kracht van deze golven is ongelofelijk. En de stroming best gevaarlijk. Na 15 minuten houden we het voor gezien, de risico’s van dit water moet je niet onderschatten.
De zon heeft hier veel meer kracht dan in ons kikkerlandje. Long Island en New York liggen op dezelfde breedtegraad als Madrid en Porto. Het klimaat in de zomer is hier van Zuid-Frankrijk, met de weersinvloed van de oceaan regent het hier zo nu en dan (dat merkten wij gisteren). Daardoor is het ontzettend groen en heeft het tegelijk een heel warm en soms broeierig klimaat. Waarom niet hier naar toe voor een strandvakantie in plaats van de overbevolkte kust van West-Europa, zeker die van Frankrijk, Italië en Spanje in de zomer?
Na een paar uur luieren, lezen, zonnen, schelpen zoeken pakken we de boel weer op en lopen 400 meter over het strand naar Cooper’s beach, alwaar onze hotelshuttle ons weer oppikt. Rob herkent mij en begroet vriendelijk de rest van de familie. Hij vraagt of wij morgen weer met hem meerijden. We geven aan dat we morgen doorgaan richting Canada en Niagara Falls. “Oooo, I had my honeymoon to Niagara falls”, zegt Rob. Daarmee is de toon gezet, morgen op honeymoon!
Even is er paniek in de tent, de autosleutels zijn kwijt. Liggen die nog op het strand, inmiddels opgeslurpt door de golven? Uiteindelijk vinden we ze in een zakje met afval… pfff, toch even wat beter opbergen die dingen. De één gaat zwemmen in het zwembad, de ander neemt een douche. We relaxen wat op de hotelkamer met de airco om na een klein uur richting het dorpje te gaan. We pakken de auto, omdat we daarna nog boodschappen willen doen bij Stop & Shop voor onderweg morgen. Vanaf de parkeerplaats lopen we door de winkelstraat van Southampton. Hier geen Sarah’s of H&M’s, maar Ralph Lauren, Versace, Michael Kors, Donna Karan en Vilebrequin. De winkels zijn leeg, maar er wordt veel geld verdiend, waarschijnlijk als de families met hun helikopters op vrijdagmiddag uit New York komen…
We halen ons avond eten en wat lekkers voor de reis morgen bij de supermarkt. Brood met worst en Sushi! Hoe makkelijk wil je het hebben met avondeten. Ik sneak later in de avond nog even naar een openluchtconcert in het dorp op 5 minuten lopen van ons hotel. De rest gaat Netflix kijken of zelfs vroeg slapen. Morgen wacht de langste reis naar het ‘fingerlake district’ in Upstate New York, ongeveer 550 kilometer verderop…