Dag 7

Dag 7 – Naar ‘upstate’ New York, Finger Lakes

Dag 7 – Naar ‘upstate’ New York, Finger Lakes
De wekker is gezet voor 7 uur, want we willen op tijd weg met de langste rit van de vakantie voor de boeg. Maar iedereen slaapt nog heerlijk en ik draai mij nog maar eens om. Uiteindelijk nog een half uurtje gesmokkeld en dan toch écht in actie. We beginnen voorzichtig de spullen bij elkaar te pakken en in de reistassen te doen. Na het douchen de laatste spullen verzamelen en de tassen dicht ritsen. Het is mooi geweest aan de Atlantische kust, we gaan vandaag diep het binnenland in!
Met een rit van ongeveer 550 kilometer voor de boeg, beloofd dit de langste rit van de vakantie te worden. En we moeten New York City zonder te veel oponthoud zien te passeren. We ontbijten niet in de kamer, omdat we denken binnen nu en een uur een leuk plekje te vinden om ons fruit en overgebleven brood te eten. Het eerste stuk rijden we binnendoor langs de kust. Via Quiogue (leuk al die van oorsprong Indiaanse namen) komen we in Westhampton Beach terecht. We hebben zin in koffie en thee. We stoppen bij een Dunkin’ Donuts, alwaar we een americano, een cappuccino en twee thee halen met stiekem een paar donuts.
We tanken meteen. Ik ben benieuwd hoeveel liter er in zo’n Suburban, http://www.chevrolet.com/suburban-large-suv met 5.3L EcoTec3 V8 motor, gaat. Ik tankte nu 26 gallon met nog wel 4 tot 5 gallon in de tank. Een gallon is 3,78 liter, dus zo’n 98 liter getankt voor het lieve sommetje van 64 dollar. Omgerekend zo’n 55 eurocent per liter. Daar kun je nog eens een 5.3 liter EcoTec voor rijden… We zijn er nu helemaal klaar voor om New York ‘te ronden’. Zo zeiden we dat altijd ook wanneer we Parijs voorbij moesten op weg naar Zuid-Frankrijk. ‘Parijs ronden’, en het voelt ook een beetje hetzelfde.
Naar mate we New York naderen, hebben we regelmatig kleine files, die ons gemiddeld 4 tot 8 minuten tijd kosten. Via de Southern State Parkway, de snelweg aan de zuidkant van Long Island, komen we op de Belt Parkway langs JFK-airport door Brooklyn uit bij de Verrazano-Narrows Bridge. Deze brug is imposant! We wisten dat eerlijk gezegd niet. Het belangrijkste was dat we niet over Manhattan geleid zouden worden. Dus kozen we deze weg ten zijden van Manhattan over ‘Staten Island’.
De brug heeft een maximale overspanning van 1298 meter en was na de voltooiing in 1964 de langste hangbrug ter wereld, tot de voltooiing van de Humber Bridge in het Verenigd Koninkrijk in 1981. Hij heeft nu de op zeven na langste overspanning in de wereld en het is de langste hangbrug in de Verenigde Staten (dus groter dan de Golden Gate in San Francsico!). De 211 meter hoge torens kunnen vanuit een groot deel van de New Yorkse agglomeratie gezien worden. Maar ook wij zagen de stad New York in de verte duidelijk liggen. Een leuk detail is dat de brug een ‘lower deck’ en een ‘upper deck’ heeft, dubbellaags dus. Wij moeten kiezen of we beneden of boven wilden rijden. Wij kozen voor zo hoog mogelijk, boven dus.
De Verrazano-Narrows brug is een belangrijke schakel in het lokale en regionale wegennet. Hij is daarnaast het startpunt van de New York City Marathon. De brug fungeert tevens als een toegang tot de haven van New York; alle cruiseschepen en de meeste containerschepen die aankomen in de haven van New York en New Jersey moeten onder de brug door.
Uiteindelijk ‘ronden’ wij New York met zo’n 20 to 30 minuten oponthoud. Je beseft past hoe groot deze stad is wanneer je er zelf doorheen, of in dit geval omheen rijdt. Ongelofelijk, de hele conglomeratie van New York is echt enorm! Wanneer we ‘Staten Island’ afrijden komen we in New Jersey terecht. Volgens mij de lelijkste staat van heel Amerika, maar misschien doe ik dit gebied dan veel te kort. Wat wij zien is alleen maar industrie, havengebied, elektriciteitscentrales, afvalverwerkingsfabrieken, afvalbergen en schoorsteenpijpen. Over de 287 en de 78 verlaten wij bij de plaats ‘Easton’ New Jersey om Pennsylvania in te rijden. Het landschap wordt direct een stuk vriendelijker. We duiken de 33 op richting ‘Scranton’. Inmiddels is het halfeen ’s middags. We besluiten in ‘Stroudsburg’ wat te gaan eten en even te rusten.
Stroudsburg werd sterk uitgebreid door Jacob Stroud (1735–1806) in 1799, nadat Jacob Stroud's familie Stroudsburg in het midden van de 18de eeuw had gesticht. Stroudsburg ligt in het gebied wat aangeduid wordt als de ‘Poconos region’, ongeveer 8 km van het Delaware Water Gap. The Delaware Water Gap is een water reservoir op de grens van New Jersey en Pennsylvania waar de ‘Delaware’ rivier zich door een lange richel in de ‘Appalachian Mountains’ wringt. Hier kan geraft, gekanoed, gezwommen, gevist, gewandeld en geklommen worden.
We eten wat in een typisch Amerikaanse pub. De prijzen zijn hier heel anders dan in de delen waar we tot nu toe zijn geweest. $2 voor een cola met gratis ‘refill’ en $9 voor een hamburger, dat is een stuk goedkoper dan we gewend waren. De mensen hier zijn anders, meer het typisch Amerikaans, op zichzelf en de eigen gemeenschap en natuurlijk op god gericht - in tegenstelling tot de ‘kosmopolieten’, het snelle zakelijke en het grote geld van de Oostkust. En het parkeren kost hier 50 dollarcent per uur!
We rijden via de 380 door naar Stranton en vernemen van de navigatie dat er flinke vertraging is op de 81. We besluiten na Stranton de 6 te nemen, dat is een RN weg (een provinciale tweebaansweg) richting Laceyville en Sayre. Volgens de nav kost deze weg on 20 minuten, maar vergeleken met de 30 minuten vertraging op de andere weg een goede deal. Onze zoon fungeert als fantastische navigator! We rijden een geweldige route. Het landschap heeft hier iets van Zuid-Duitsland dan wel, misschien nog wel meer, van midden Noorwegen, alwaar wij een paar keer zijn geweest. Liefelijke bergen van niet meer dan 900 tot 1000 meter hoog met veel bos, ontzettend groen dus. Dit hadden we niet achter Pennsylvania gezocht! Wat een verrassing! We rijden een heel stuk langs de ‘Susquehanna’ rivier. Deze rivier is overigens de langste rivier van Oostelijk Amerika. De doorkijkjes vanaf de weg door de bomen op de rivier zijn mooi. Af en toe rijden we langs een typisch Amerikaanse boerderij, de rode met de mansardedaken. We kennen ze wel van het kinderspeelgoed van Fischer-Price Little People van vroeger.
Uiteindelijk komen we bij het plaatsje Sayre uit en draaien daar oostwaarts op de 86. De eerste 5 kilometer rijden we exact over grens van Pennsylvania en New York state totdat we afbuigen naar het Noord-Oosten en snel in het plaatsje ‘Corning’ belanden. Corning is onze eindbestemming van vandaag. Nadat we onderweg temperaturen van 90F (33 graden celcius) aantikten, is het inmiddels zo’n 28 graden geworden en zwaarbewolkt. We checken in bij het Radisson Hotel Corning. Het hotel ziet er goed uit, van buiten iets minder door het vele beton en de rechte ‘grijze’ lijnen. Maar het heeft een binnen- en buitenzwembad en de kamers zijn heel ruim met fantastische bedden (zo zal de komende nacht blijken).
Ik doe met één van de kinderen snel nog wat boodschappen, want de lange tocht van vandaag heeft al ons drinken er doorheen gejaagd. We ontspannen wat op de kamer en tegen half acht gaan we het dorpje in. In ‘marketstreet’, de winkel- en uitgaansstraat van Corning, is het nog behoorlijk druk. De winkels zijn inmiddels allemaal gesloten, maar er is veel horeca. We lopen langs de ‘Clock Tower’ en vinden een leuk restaurant annex bierbrouwerij, de Market Street Bewery Co., afgekort tot ‘MSBC’. Veel honger hebben we niet, bestellen wel wat te eten, maar niet te veel, en een biertje van de MSBC voor de chauffeur van vandaag! Morgen naar de Finger Lakes en richting Canada.