Dag 8

Dag 8 – Finger Lakes en Watkins Glen Statepark

Dag 8 – Finger Lakes en Watkins Glen Statepark

Vandaag gaan we het Finger Lakes district verkennen. De Finger Lakes is een groep van 11 smalle, hoofdzakelijk Noord-Zuid gelegen meren. Deze meren zijn ontstaan in de laatste ijstijd, toen het ijs de diepe ‘dalen’ groef waarin later het water zich goed kon verzamelen. Ze worden daarom ook wel “glacial finger lakes” genoemd. Het zijn de diepste meren van Noord-Amerika. Het meer “Cayuga” is bijvoorbeeld 133 meter diep en het meer ‘Seneca’ is zelfs 188 meter diep. De bodem van deze meren ligt lager dan zeeniveau.
Het gebied is een bekende vakantiebestemming voor Amerikanen. Er kunnen veel buitensport activiteiten worden gedaan en het gebied staat ook bekend om zijn wijn. De Finger Lakes regio is na Californië de grootste wijn producerende regio van Amerika. Ze zijn hier vooral lovend over de Rieslingwijnen, die volgens de wijnkenners tot de beste Rieslings van de wereld behoren. Wij hebben deze wijn niet geproefd, maar geloven het direct. Het klimaat is hier namelijk erg geschikt om druiven te verbouwen. Warme dagen met koele nachten.
Elk meer is verbonden door rivieren die uitmonden in Lake Ontario. Het Cayuga Seneca kanaal verbindt de twee grootste meren, het Seneca Lake en het Cayuga Lake met het Erie kanaal. Naast de 11 Finger Lakes zijn er talloze kleine meertjes, vijvers en uitgeslepen ‘poeltjes’, waardoor je hier een enorme gevarieerde watersport beleving hebt; vissen, zwemmen, varen, kajakken, raften, canyoning en meer!
Het plaatsje Corning, ten zuiden het Seneca Lake, is een mooie uitvalsbasis om dit gebied te ontdekken. Ik had op een blog van Jan Doets America Tours gelezen dat het erg de moeite waard is om naar het Watkins Glen Statepark te gaan. We doen het deze ochtend rustig aan, slapen wat uit en de jongste dochter en ik gaan zwemmen. In de lobby van het hotel kan koffie en thee getapt worden en ik verras de anderen bij terugkomst van het zwemmen met koffie en thee. Verder ontbijten we wat op de kamer. We constateren dat we te veel eten hebben gekocht de laatste dag en dat de koelbox uitpuilt met dingen die we op moeten eten.
Uiteindelijk vertrekken we om 11.00 uur bij het Radisson hotel. Onze zoon navigeert weer en zit daarom voorin. Binnen 25 minuten komen we aan bij het Watkins Glen Statepark via een prachtige route van verborgen valleien en liefelijke heuvels. Hoe hoger je rijdt hoe armoediger de mensen wonen. Boven op de heuvels wonen de mensen in opgesmukte stacaravans, zogenaamde trailers. Daaromheen ligt meestal een flink stuk grond, waarvan de gazons tiptop zijn gemaaid. Ze houden sowieso van ‘mowing the lawns’. Regelmatig zie je mannen op hun maaiers ellelange grasvelden maaien.
Het Watkins Glen Statepark, parks.ny.gov/parks/142/, ligt in een 60 meter diepe kloof die tijdens de ijstijd door een gletsjer in de rotsen is uitgeslepen. Op de bodem van de kloof stroomt Glen Creek, over een afstand van 3 kilometer gaat het water hier 120 meter naar beneden via een reeks van 19 watervallen en stroomversnellingen. Het park heeft drie ingangen: de Main Entrance, de Upper Entrance en de South Entrance.
Omdat wij van boven komen aangereden nemen wij de bovenste entree. We betalen $8 om te mogen parkeren, de entree is verder gratis. De parkwachter is allervriendelijkst. Hij geeft aan dat er een shuttle rijdt voor $5 pp in continudienst tussen de 3 entrees. Zijn advies is om met dit warme, vochtige weer van boven door de ‘gorge’ naar beneden te lopen en dat dan de chauffeur de shuttle neemt om de auto weer op te halen en dat de rest van de familie in het plaatsje Watkins Glen blijft. We besluiten zijn advies op te volgen.
De bergkloof van Watkins Glen is indrukwekkend. Je kunt kiezen uit de ‘Indian Trail’, die boven langsloopt, en de ‘Gorge Trail’, die door de kloof loopt. Het wandelpad gaat langs de Glen Creek, onderweg zie je voortdurend prachtige watervallen en stroomversnellingen, waaronder de 15 meter hoge Cavern Cascade en 18 meter hoge Central Cascade. Tweemaal loop je achter een waterval door, bij de hier al genoemde Cavern Cascades en bij de Rainbow Falls. Vanwege de voortdurende hoogteverschillen zijn er veel traptreden in het wandelpad aangebracht, in totaal zijn het er ongeveer 800. Vanwege het stuifwater is het pad altijd nat, maar nu extra vanwege de vele regen van vannacht. En de suggestie van de parkwachter om van boven naar beneden te lopen was heel fijn. Toen wij door de kloof liepen begon het weer op te klaren en was het in de zon weer tegen de 30 graden.
We zijn enorm enthousiast over dit park. De boogbruggen die over de ‘creek’ zijn aangelegd en gemaakt zijn van het leisteen van de leisteenrotsen ernaast, zijn heel mooi. Vooral omdat de bruggen in het landschap opgaan en veelal met mos en groen zijn bedekt. Na elke bocht werden we opnieuw getrakteerd op een prachtige waterval of stroomversnelling. De wandeling van boven naar beneden duurt ongeveer een klein uur. Doe je ‘m andersom dan denk ik wel anderhalf uur.
Beneden in het dorp hebben we onszelf getrakteerd op een ‘Ben & Jerry’s’ ijsje bij de gelijknamige ijscowinkel. Wij zijn zelf helemaal wild van ijs en voor ons is Ben & Jerry’s, na het Italiaanse schepijs op het dorpsplein in San Gimignano in Italië, de lekkerste. Volgende week willen we met de kinderen de eerste originele Ben & Jerry’s IJsfabriek in Vermont bezoeken. Als chauffeur laat ik de familie achter bij Ben en Jerry en loop naar de shuttle. Ik moet even wachten en kom aan de praat met de parkwachter van de ‘Main Entrance’. Dit gesprekje duurt zo’n 5-6 minuten. De man vraagt waar ik vandaan kom en ik antwoord zoals gewoonlijk “from The Netherlands, Amsterdam”. Hij antwoordt heel ad rem met “Ooo, Holland! That’s probably the best place to live in Europe! I like Germany and Holland!” Ik antwoord hem dat ik mij daar wel in kan vinden en dat ik het landschap hier op Duitsland en mogelijk het oosten van Oostenrijk vind lijken. “Wasn’t Hitler from Austria?”… en zo verzeil je dus in een gesprek over Hitler, Hitlers Adelaars Nest en waar dat dan wel is, om te eindigen met dat de “state taxes” in New York state veel te hoog zijn. Deze meneer wil op z’n 66ste misschien daarom wel emigreren naar Florida, waar het weer beter is (in mijn ogen nog veel warmer) en waar je kennelijk geen ‘income state tax’ hoeft te betalen. Vandaar dat daar alle gepensioneerde Amerikanen naar toe verhuizen…
Na 45 minuten ben ik weer bij de familie met de auto. Van het meisje achter de balie bij de Ben & Jerry’s krijgen we het advies om naar Trumansburg en de Taughannock Falls, die zich daar bevinden, te rijden, parks.ny.gov/parks/62/details.aspx. Deze waterval is heel bijzonder door zijn ligging, maar vooral om door zijn hoogteverschil. Hij is hoger dan de Niagara watervallen en is de hoogste waterval ten oosten van de Rocky Mountains. Wat leuk dat het Ben & Jerry’s meisje ons hier op wijst, anders hadden wij dit zeker gemist.
In Trumansburg zien we een ‘recreation area’ met picknicktafels en overkapping, die nu zorgt voor heerlijke schaduw, omgeven door grote bomen en een paar eekhoorntjes. We besluiten direct om hier onze (late) lunch te genieten. Plasticzakjes met eten en drinken en natuurlijk onze koelbox worden uit de auto gehaald en de inhoud wordt op één van de picknicktafels uitgestald. We spotten de eekhoorntjes in de bomen en genieten van de omgeving. Voordat we naar Niagara Falls gaan rijden wil ik nog heel even langs “Bergen Beach” aan het Cayuga Lake, wat daar op 10 minuten rijden vandaan ligt. Het blijkt niets te zijn, behalve een bordje Bergen Beach… nou ja, dan maken we daar een foto van. Via Interlaken (serieus, dit is een dorpje tussen het Cayuga Lake en het Seneca Lake in) rijden we in één ruk via de highway 90, de tolweg naar Buffalo en Niagara Falls. Dit stuk had ik iets korter ingeschat, ik dacht er met anderhalf uur wel te kunnen zijn, maar het duurt zeker tweeëneenhalf uur dat we bij de grensovergang met Canada in Niagara Falls staan. We steken de Rainbow bridge over de Niagara rivier over, we zien de watervallen heel duidelijk. We begeven ons hier in ‘niemandsland’, aan de ene kant is Amerika, aan de andere kant Canada. Er staat een flinke rij met auto’s voor de grensovergang, maar met 20 minuten zijn we in Canada! De douanier begroet ons hartelijk en wenst ons nog veel plezier!
Tegen halfacht ’s avonds arriveren we bij ons hotel, het DoubleTree Fallsview Resort & Spa by Hilton. Zoals het klinkt ziet het er ook uit. Fantastisch hotel in natuursteen en eiken opgetrokken, 20 verdiepingen hoog! Het ademt de sfeer van de Rocky Mountains, van de ‘mountains’ en ‘lumberjack’. Maar we zitten hier gewoon in het onooglijke Niagara Falls met z’n casino’s en speelhallen. De receptioniste vertelt ons dat ze op de 16de verdieping een mooie kamer met uitzicht op de watervallen voor ons heeft. We zitten dus aan de goede kant van het hotel, anders kijk je Ontario in, ook leuk, maar ‘Falls View’ is veel beter! Om tien uur worden we nog getrakteerd op een 15 minuten durend vuurwerk bij de watervallen. Deze bekijken wij vanuit onze hotelkamer. Een mooie afsluiter van weer een fantastische dag!