Dag 10

Banff - Icefields Parkway

Vandaag heb ik dus héle hoge verwachtingen. Dat is gevaarlijk. Maar hé, wanneer een weg als een van de mooiste ter wereld wordt bestempeld, mag je ook wat verwachten.

De dag begint bewolkt. Ik heb er toch zoveel voor over dat het niet gaat regenen vandaag. Dat zou de allergrootste teleurstelling in m’n leven zijn. Regen zou eigenlijk de hele dag verpesten, om even lekker pessimistisch te zijn.

Voor we Banff uitrijden, tanken we eerst, want: 1. De tank is leeg (tja..). 2. De benzine in Banff Town is, echt waar, $0,97! Ik weet dat de benzine goedkoop is, want ik heb regelmatig op de site Gasbuddy gekeken. Ik verwachtte ongeveer tussen $1,15/$1,20 met misschien een enkele keer richting de $1,10? Maar $0,97! Unreal.
We rijden richting Lake Louise, dezelfde weg als eergisteren, maar dan andersom. Vanwege de drukte hebben we toen Lake Moraine overgeslagen. Aangezien we er nu weer langsrijden, doen we nog een poging. We nemen de afslag en lezen op een bord langs de weg: “parking full”, en nemen gelijk de oprit weer naar de highway. Nu een shuttlebus pakken, zal te veel tijd in beslag nemen. Een reden om weer ooit terug te komen.

Naast de vele toeristen die hier een camper besturen, zijn er onder de kampeerders ook veel Canadezen zelf. Dit zijn degene met de grootste campers en trailers. Dit zijn complete tourbussen en vaak nog met een auto erachter. Toppunt is wel een camper van formaat middenwoning met daarachter een Hummer! Want ja, met zo’n camper voldoet een VW Golf niet. De Hummer leek overigens een gemiddelde personenauto vergeleken met de camper.

Het betreden van de Icefields Parkway voelt spannend. Het komt door de naam. Waar komen we in godsnaam terecht? Ik heb gepland om halverwege te overnachten om niet te hoeven haasten. Ik zie het voor me dat we midden in het bos staan, in de middle of nowhere, geen bereik, beren die de camper omsingelen, sneeuwbuien.. misschien wat overdreven, maar je weet het niet.
Dit voelt wel als hét moment dat we beren moeten gaan zien. Het móet! Maar je zal zien dat wij weer de enige zijn die thuiskomen zonder een gezien te hebben. Zo werkt dat.
Ik heb ooit wel een beer gezien. Ik bedoel niet in de dierentuin, maar in het wild. Twee jaar geleden in Yosemite Park. Toen heb ik ook écht ervaren wat een bearjam is. We (mijn zus, schoonzus en ik) rijden op de Tioga Pass en wanneer plots in een bocht een man midden op weg staat. Hij geeft met handgebaren aan dat we moeten afremmen en ineens aan het eind van de bocht staat een enorme file staat! De bandensporen staan denk ik nog op de weg. Nou ja, niet echt, maar ik moest wel hard remmen. Ik stap uit en kijk verbaasd om me heen wat er gaande is en zie in de verte een beer: “Het is een beertje!” roep ik vol enthousiasme naar binnen. Dit scheen erg lachwekkend te zijn geweest. Er wordt nog over gepraat. Als dit moment gefilmd was, ging ik viral. Ik ken dus het gevoel, maar deze liep zo ver weg. Ik wil nu dat er een de weg oversteekt vóór de camper. Als ik stil sta natuurlijk!
Na een half uurtje nog steeds niks. Ik kijk meer in de berm dan op de weg. Lekker verantwoord. Ineens in de verte zien we auto’s langs de kant van de weg. ‘Oké, niet te veel hopen, het is vast een elk of iets dergelijks. MAAR ZOU HET?!’, gaat er in mijn hoofd om. We zien eigenlijk niks. Ik zet de camper aan de kant. “Stap jij maar uit en roep maar als het een beer is”, zegt mijn moeder. Ik loop naar de mensenmassa die langs de weg naar beneden kijken. De berm loopt vrij steil af, ik kijk over het randje en zie ineens op zo’n vijftien meter een beer. Ik schrik ervan, want had deze niet ineens zo dichtbij verwacht. Mensen staan echt binnen tien meter bij het dier vandaan. Ongelofelijk en levensgevaarlijk! Ik vind niet snel iets eng, maar ik neem wel wat meters extra afstand. Alhoewel ik zeker niet de eerste zou zijn als hij aanvalt. Ik heb nog tijd om weg te rennen. Voordat ik foto’s kan maken, verdwijnt hij achter de struiken. Er komt ook een auto met zwaailicht en sirene hard aanrijden om mensen (en/of de beer?) te verjagen. Ik loop gauw terug naar de camper. Ik ben verbijsterd. Niet per se dat ik een beer heb gezien, maar van alle mensen die er zó dichtbij stonden. Echt bizar. Maar opgetogen rijden we verder. Dit was er een!

We stoppen bij Bow Lake, een meer met ook weer zo’n mooie groene kleur. We kijken even, maar rijden gauw door. Wel mooi, niet mindblowing. Verderop is Peyto Lake. Dit meer heeft een haast onechte kleur, heb ik gezien op foto’s. Er ligt op de parkeerplaats en op het pad naar het uitzichtpunt nog redelijk wat sneeuw. Het is een korte wandeling, maar behoorlijk steil!
De eerste glimp van het meer die je opvangt is zo bijzonder. Die kleur moet gephotoshopt zijn.. maar dit is real life. Huh?

Gaandeweg wordt het landschap steeds mooier. Je rijdt tussen de hoge besneeuwde bergpieken. Er begint ook hier en daar steeds wat meer blauwe lucht te verschijnen. Tijdens de lunch aan.. een meer(?) voelt het zelfs warm als de zon doorbreekt. Dit is echt perfect.
Het is inmiddels tegen drieën en we zijn al bij Mistaya Canyon. Dit is al over helft. Dat wordt al een vroege stop voor de overnachting.
De wandeling naar de canyon is een korte, maar loopt vrij steil naar beneden. Dus de terugweg zal lastiger worden. Het is een smalle, diepe kloof waar de rivier zich doorheen heeft geslepen. Het is een hele bijzondere, want je ziet echt de lagen in het gesteente waar het water gestaan heeft. Onwerkelijk dat het duizenden jaren geduurd heeft om dit resultaat te krijgen.
De zon schijnt intussen lekker en de temperatuur is opgelopen. Op deze manier ziet het er veel mooier uit. Jammer dat we in de voorgaande dagen dit niet hadden. Maar goed, hopen dat dit blijft.
De Parkway is ook zo mooi! Echt het hoogtepunt to nu toe.

De eerstvolgende camping die we tegenkomen is Rampart Creek. Eerder zijn we Waterfowl Lakes Campground gepasseerd, die nog gesloten is. We zijn overigens al redelijk wat dingen gepasseerd die gesloten zijn. Niet alleen hier, maar ook eerder tijdens de reis. Ik hoop niet dat de andere campings ook gesloten zijn, want dan hebben we nog een lange weg te gaan naar Jasper. Stom dat ik dit vooraf niet gecheckt heb.
We arriveren bij Rampart Creek en deze is open! Het is een uur of vier. Redelijk vroeg om nu al te stoppen, maar de rest van de dag niks doen is ook wel lekker. En op deze manier houden we nog dingen tegoed voor morgen.
Het is een self register campground en ik sta even te bekijken wat de bedoeling is. “Er zijn nog genoeg plekken vrij”, hoor ik iemand achter me zeggen. Hoe weet deze man dat ik Nederlands ben? “We stonden bij jullie op de camping in Revelstoke”, zegt de man. Oh! ..geen idee. “Hé, bekend gezicht!”, zegt zijn vrouw die aan komt lopen. Ik voel me ineens lullig dat ik geen idee heb wie deze mensen zijn. En als ze dan naast elkaar staan, zie ik het. Ze stonden inderdaad tegenover ons in Revelstoke. En ik heb ze vanmiddag bij Peyto Lake gezien. Gek dat je steeds dezelfde tegenkomt.
De bedoeling, op een dergelijke camping als deze is, dat je een plek uitzoekt en geld in een envelop doet. Tip: loop eerst een rondje voordat je met de camper de camping oprijdt op zoek naar een plek. We rijden een pad in en zien de mooiste plek langs de rivier.. die uiteraard bezet is. Het pad is ongelofelijk slecht met veel diepe kuilen. Daarom nogmaals: loop eerst een rondje voordat je gaat rijden. Aan het eind van het pad kunnen we draaien en moeten we er opnieuw overheen. Plek 13, aan het begin van het pad die we eerder voorbij reden, lijkt ons prima. Het scheelt dat we nu van de andere kant komen, want andersom hadden we de draai niet kunnen maken. Deze plek heeft sowieso een erg smalle toegang. De camper past er net in. Achteraf zien we pas het bord dat deze, en degene er naast, alleen voor tenten en kleine campers zijn. Inmiddels is de plek ernaast ook bezet door een grote camper. Prima, joe.
Om toch nog even te checken of nog een mooiere plek is maak ik een rondje (hardlopend!) over de camping. Thuis gaan ze nooit geloven hoe sportief ik geweest ben. We laten het bij deze.
Deze camping ligt zo mooi in het bos en aan de rivier. Echt een aanrader! En dat voor $17. Er zijn dan ook geen voorzieningen.
‘s Avonds komt de Duitse buurvrouw vragen of we een kurkentrekker hebben. Tja, de camper van Fraserway is echt compleet in tegenstelling tot Cruise Canada/America. Hetzelfde ‘probleem’ (first world problems) had ik met de Cruise America camper twee jaar geleden. Met onze Fraserway camper nu, zijn we overal op voorbereid. Ik vind die bijl bijvoorbeeld ideaal! Elke dag kampvuur. Als het weer meezit. Vandaag zit het mee en de worsten liggen alweer op de grill.
Het is bijzonder hoe lang het hier licht blijft. Om 23u. is het nog steeds niet helemaal donker. Ik hoop op deze manier, vanachter het raam, beren te kunnen zien. Op een infobord bij de ingang staat namelijk dat er veel bear activity is. Helaas gebeurd er niks. Of misschien niet helaas.