Dag 11

Icefields Parkway - Jasper

Het tweede deel vandaag van de Parkway! Tot nu toe vallen de sneeuwstormen en bear attacks erg mee. In tegendeel eigenlijk. Het weer ziet er ook veelbelovend uit. Ik maak er maar een ding van dat ik hier elke dag mee start. Het maakt of breekt mijn dag namelijk. ‘Ben jij zo oppervlakkig?’, hoor ik je denken. Antwoord: Ja.

Wat ik redelijk onzin vind, is dat je overal moet betalen voor een firepermit. Je betaald dus om vuur te mogen maken. Is het een soort verzekering voor het geval je een bosbrand veroorzaakt? Is het het dat je voor het hout moet betalen wat ze gratis uit het bos verkrijgen? Ik weet het niet. Ik vind het onzin, maar ik maak graag vuur dus betaal ik. Als ik het geestelijk niet allemaal op een rij had, was ik pyromaan van beroep geweest, denk ik. Ik vind dat heerlijk, een (kamp)vuur maken.
Afijn, op de camping ligt een enorme stapel hout waarvan je mag pakken als je betaald hebt. Zo Nederlands als dat ik ben, maak ik hier deze ochtend dan nog even goed gebruik van. Ik laad het opbergvak van de camper vol en we zijn ready to go!

We kijken onze ogen wederom uit vanwege het landschap. Ik zeg het elke dag, geloof ik, maar dít is echt het hoogtepunt. Zo mooi.
We zijn denk ik nog geen half uur onderweg en er ligt een lange eindeloos weg voor ons. Een paar honderd meter voor ons zien we een beer oversteken! NOG EEN! En we zien hem niet vanwege een file, maar wíj ontdekken hem. Dat voelt nog specialer. Ik zet de camper aan de kant en de, dit keer bruine, beer verdwijnt in de berm nog voordat ik foto’s kan maken. ‘Wauw, nog een beer’, denk ik. Terwijl ik dit denk, zie ik in de rechterberm een zwarte beer verschijnen! Hij loopt op z’n gemak de weg op en wandelt zo’n vijf meter voor onze camper naar de overkant. Gewoon fully frontal. En zonder dat er hordes mensen om het dier heen staan. Hij loopt verder via de berm langs de weg. Eigenlijk wil ik hem de hele dag volgen en filmen, maar laten we maar doorrijden.

Een paar minuten verderop is het mooiste uitzichtpunt van de hele weg. Het ‘Big Hill, Big Bend’ geloof ik. Geen idee of dit de echte naam is. Het staat ook niet aangegeven langs de weg. Je kunt het herkennen aan een grote bocht, waarna je op een heuvel komt. De naam is zorgvuldig gekozen. Maar serieus, als je vanuit de richting Lake Louise komt, maakt de weg een enorme bocht die omhoog loopt. Bovengekomen kijk je uit over de weg die net gereden hebt. Prachtig. En het weer! O, het weer. Ik heb het vermoeden dat het vanaf nu alleen maar beter wordt.

Ik merk dat we nu wel op het hoogste punt zitten. Het landschap is hier kaler en er ligt meer sneeuw.
Op Rampart Creek Campground was geen dumpstation. Dit moet op de volgende camping, Wilcox Creek. Dit was mijn tweede optie om te overnachten. Ik ben blij dat we hier niet naartoe zijn gegaan, want het is hier een stuk kouder!
Op de plattegrond bij de ingang zoek ik de sanidump. Een vrouw vertelt me in het Engels dat ik site 2 moeten kiezen. Deze heeft het mooiste uitzicht. Erg aardig, maar ik hoef geen plek. Ik hoor overigens aan haar accent dat ze Nederlands is en antwoord met “dank je”. De dumpstation is vlakbij, maar op de camping is de weg éénrichtingsverkeer dus moet we de hele camping over om vlak vóór de uitgang bij de dump te komen. Prima. Het pad is alleen niet te berijden met een camper. Dat is vrij lastig gezien dit een camping is. Ongelofelijk hoe slecht dit onderhouden is. Dit is overigens op heel veel plekken. Het is volgens mij een kleine moeite om kuilen in de weg te vullen, maar blijkbaar hebben andere zaken voorrang.
Halverwege, bij site 2 (heeft inderdaad mooi uitzicht), komen we een kraan tegen waar we de watertank kunnen vullen. “Laten we dat straks bij de sanidump maar tegelijk doen”. Goed, uiteindelijk (heelhuids!) aangekomen bij de dumpstation blijkt de kraan terplekke buiten werking te zijn. Er hangt een briefje dat je tijdelijk de kraan bij site 2 moet gebruiken en.. ‘thanks for your understanding’. Are you kidding me?! Dan maar niet de watertank vullen. We legen de afvalwatertanks en vertrekken weer.
Even voorbij de Wilcox Creek is Columbia Icefield. Een gletsjer waar je op kan met speciale voertuigen op rupsbanden. Ik had bedacht om dit niet te doen, maar heb tijdens het voorbij rijden nog even getwijfeld. Achteraf was dit waarschijnlijk best leuk geweest, maar we zijn doorgereden.

Tangle Creek is een vrij grote waterval die direct langs de weg naar beneden stroomt en onder de weg doorgaat. We parkeren om dit even te bekijken. Mijn vader spreekt een Hells Angels-achtig type aan met dat hij waarschijnlijk wel Nederlands spreekt. “Een beetje”, zegt hij. De vraag was gewoon een gok. Het is een goede openingszin. De man, geboren in Canada, blijkt Nederlandse ouders te hebben die in de jaren 50 hierheen gekomen zijn. We praten even met hem over waar hij vandaan komt en over onze reis. Zijn vrouw stamt af van de First Nations. Ze wonen in Kamloops en maken een roadtrip. Hij geeft nog wat tips en we rijden weer verder.
De omgeving is hier zo mooi. Elke dag wordt het mooier. Ik denk dat het te maken heeft met het weer, want ook dat wordt elke dag beter. Alles ziet er gewoon mooier uit. Maar echt, de Icefields Parkway moet je een keer rijden.

Bij de Sunwapta Falls slaan we af. Dit is de eerste geplande stop van vandaag. Het is vrij druk op de parkeerplaats, maar gek genoeg is er altijd één plek vrij waar de camper precies tussen past. Ik heb dan ook geen enkele parkeervrees, dat kan er mee te maken hebben.
De Falls zijn niet heel spectaculair zoals eerdere, maar wel mooi. Achteraf maak ik hier wel een van mijn mooiste foto’s, vind ik zelf. Vanaf een brug kun je de waterval van boven bekijken.
Aan het begin van de weg naar de parkeerplaats is de Sunwapta Falls Lodge met restaurant en souvenirshop. Ik koop doorgaans nooit souvenirs, maar ik heb een missie. Ik wil de lelijkste souvenirs meebrengen voor mijn zus een schoonzus. Zo is onze band een beetje. Kan het niet uitleggen. Maar ook omdat zij op hun wc muren al een mooie verzameling hebben van rommel. Onder andere een koekoeksklok die ik in Duitsland heb gekocht. Ik denk ook dat het idee van ‘de wc’ bij die klok is ontstaan.
Als ik zou willen, zou ik de winkel verlaten met zo’n $500 aan prularia. Zoveel geschikte items hebben ze. Maar ik ben niet gek en met een nog steeds te hoog bedrag gaan we verder. Het idee is er nog om hier in het restaurant te lunchen voor de prijs hebben we het gelaten. En trouwens ook voor het aanbod. Lunchen in Canada is tot op heden nog geen succes. Ik word er niet blij van. In Nederland is het mijn droom om elke dag uit lunchen te gaan (wat ik stiekem ook eigenlijk doe want ik ga absoluut zelf geen brood smeren). Lekker verse broodjes met carpaccio, osseworst, hummus, kippendij, zalm, etc. hebben ze hier niet in restaurants. Het zijn vaak zwaardere maaltijden die ik ‘s avonds niet eens eet.
We besluiten een ‘rest erea’ langs de weg te zoeken en zelf broodjes te maken. We vinden vrij snel mooie plek langs de rivier met picknicktafels. Dit zijn de momenten dat ik het meest geniet van de camper. Ideaal dat, overal waar je stopt, je alles bij de hand hebt. Het is inmiddels zelfs warm buiten en we eten heurlijk in de zon! Ik hoef nooit meer terug naar het ‘gewone’ leven. Ik blijf hier wel.

Na het eten zijn we nog geen half uur onderweg en ja hoor.. BEARJAM. Het is flink druk en ik zet de camper aan de kant. Er loopt een zwarte beer onderaan de weg in onze richting. Ook hier staat weer iedereen naast zijn auto op vijf á tien meter afstand. Ergens diep van binnen hoop ik dat het fout gaat. Alleen vind ik het zielig hoe het dan met die beer zal aflopen. En die mensen.. don’t care.
Een vrouw die voor onze camper staat, spant de kroon om de beste foto’s te krijgen. Haar man staat achter onze camper. Hij staat trots te vertellen dat zijn vrouw degene is die zo dichtbij staat. Vervolgens klapt hij in zijn handen om de beer op te laten kijken voor de foto. Ik moet me inhouden om ook niet in mijn handen te klappen.. met zijn hoofd er tussen. Wat een idioot! Ik kan me hier zo over opwinden. Vreselijk.
De beer loopt wel dicht langs onze camper en vanachter de deur(!) kan ik hem goed filmen! Geweldig. Die achterlijke idioot loopt nog met de beer mee, maar gelukkig verdwijnt hij vervolgens direct onder een boom en is hij niet meer te zien.

De Athabasca Falls is de volgende stop. Ik besef me ineens dat we dan al bijna in Jasper zijn en het is pas twee uur. Jammer dat de Icefields Parkway dan is afgelopen, maar ook weer fijn om na twee dagen weer in de bewoonde wereld te komen. Oké, het gaat eigenlijk om de wifi.
De Athabasca Falls is indrukwekkender dan de Sunwapta. Het is niet heel hoog, maar des te groter qua kracht. Je kunt het vanaf een aantal uitzichtpunten bekijken en nog een stukje naar beneden lopen naar de rivier. Op een gegeven moment heb ik het wel gezien door de hoeveelheid muggen. Die moeten mij sowieso altijd hebben, dus nu extra.
Vanaf de parkeerplaats kun je weer terug naar de hoofdweg (93) of ervoor kiezen om de parallelweg te nemen (93A). Wij zijn gewoon de hoofdweg gevolgd, maar de rustigere 93A is misschien iets leuker. En is waarschijnlijk de kans op beren groter.

Voordat we naar Whistler’s Campground gaan, rijden we eerst Jasper in. We moeten een was draaien, boodschappen doen en ik wil internet. Ik vind de plaats gelijk leuker dan Banff. De omgeving is hier mooier vind ik, maar het voelt ook minder toeristisch en chaotisch. Het is in Banff zo ontzettend druk en parkeren is een hel. Jasper is overzichtelijk. Het is langs rechte weg met met veel parkeerplekken langs de straat maar ook verschillende parkeerterreinen.
In het Visitor’s Centre zie ik de weersvoorspellingen en in mijn gedachte doe ik een vreugdedans. Morgen 31 graden en onbewolkt. Say what?! Ik weet niet of ik dit moet geloven, want ik kan me zulk weer niet eens meer herinneren. In Banff in het intussen hetzelfde weer. Dat is balen. Als we een paar dagen later waren gevlogen, hadden we overal mooi weer gehad. Dat idee doet pijn en ik probeer het te vergeten. Probeer.
Ik krijg ik de tip om naar Snowdown(?) te gaan. Dit is een wasserette en café in een + wifi. Dus terwijl de wasmachine het werk doet, kunnen wij mooi op internet. Ik krijg hier ook de lekkerste iced tea tot nu toe. (Note to self: bestel nu écht nooit meer ice tea bij de Starbucks. Gadverredamme)
We lopen met de boodschappen terug naar de camper. Het is écht warm! Ik weet niet wat ik meemaak. En wat is de omgeving hier mooi. Hoogtepunt weer. De zoveelste.

Whistlers Campground is drie kilometer buiten Jasper. Voor de ingang staat een bord: ‘check in at any lane’. Er zijn drie banen en op de eerste twee staan lange rijen. Hatsee, en ik draai de camper op de derde baan waar ik mooi iedereen voorbij kan rijden. ‘Wat een dombo’s dat zij allemaal op de eerste twee banen aansluiten’. Dan blijkt dat de derde baan voor mensen is die niet hoeven in te checken en direct de camping op kunnen rijden. Ha, oeps. En ik draai weer om, om vervolgens achter aan te sluiten. Ik ben af en toe zo onnozel, haha.
De camping is ENORM. We staan twee nachten op 66E. Elk getal is een loop. Per loop hebben alle sites een letter. Op loop 66 zijn bijvoorbeeld acht sites, A t/m H. Oftwel, deze camping is enorm. Je merkt er overigens niet veel van. Het is in het bos gelegen en je ziet alleen je eigen loop. Je merkt het als je naar het douchegebouw gaat. Ja, het is er namelijk maar één. Wij staan redelijk centraal en is het vanaf onze plek zo’n 5 minuten lopen. Men zal over het algemeen kiezen om in eigen camper te douchen. Het merendeel wat wel gebruik maakt van de douches kwam met de auto.