Dag 4

Manning Park - Kaleden

Het is 's nachts behoorlijk koud, want we zien ‘s ochtends dat de temperatuur in de camper is gedaald naar 13 graden. De verwarming werkt ideaal en binnen vijf minuten is het al 21 graden binnen.
De regen is weggetrokken en er is hier en daar zelfs wat blauwe lucht te zien. Zal het dan toch nog goed komen? Vóór de rit naar de Okanagan Valley steken we vanaf de camping over naar de Cascade lookout. Een uitzichtpunt aan het eind van een acht kilometer lange weg naar boven met zicht op de hoge bergtoppen in de omgeving. Bij aankomst staan er gelijk twee nieuwsgierige eekhoorns om me heen. Wat een grappige beestjes.

Terug op de hoofdweg verandert het landschap naarmate we verder rijden. De hoge bergen en dichte naaldbossen veranderen in een soort prairieachtig landschap. Heel mooi. De temperatuur wordt ook steeds beter. Het is zelfs warm. Ik lijk hoop te krijgen.

We stoppen voor wat boodschappen in Keremeos, een gezellig dorpje met veel fruitgaarden. Er zijn langs de weg ook veel fruitstands. Sinds we overigens buiten Vancouver zijn, merk ik inderdaad dat Canadezen erg vriendelijk zijn. Nog steeds niet per se vriendelijker dan Amerikanen, maar goed.
“Hi, how are you today?” vraagt de casière. “I’m good, how are you?” “I’m not doing bad myself”. Als ze erachter komt dat we uit Nederland komen, noemt ze de achternaam van Nederlandse vrienden van haar. Of me dat iets zegt. Nederland is klein, ja. Maar ook weer niet zo klein.

We staan één nacht op Banbury Green RV Park in Kaleden. Ik wilde hier per se staan omdat de sites direct aan het meer zijn. De foto’s zagen er veel belovend uit. En het valt niet tegen. Integendeel! Wat een mooie locatie. Ik vind het gelijk al jammer dat we hier maar één nacht blijven.
Het is daarentegen wel prijzig, het wifi-signaal is alleen te ontvangen in een straal van 20 meter rond de office én er is ook nog eens maar één douche in het gebouw. In het hoogseizoen zal dit véél te weinig zijn. Het is nu echter nog helemaal niet druk. Nergens niet overigens.
Ik heb alle campings al zes maanden van te voren gereserveerd omdat ik bang ben gemaakt voor topdrukte vanwege het 150-jarig bestaan van Canada. Zowel hier als in Manning Park is voldoende plek. Achteraf jammer, want dan waren we iets vrijer geweest qua planning.

In Manning Park hebben we geen water- en elektriciteitsaansluiting gehad, dus nu wordt de eerste keer camper aankoppelen. Eerst water. Ik weet hoe dit moet, want dit heb ik twee jaar terug ook gedaan. Slang vastdraaien en de buitenkraan open. Ik wil binnen checken of het werkt als ik achterin de camper gekletter hoor. Ik schrik me de (******) als ik zie dat de wastafel en wc vol water staan en overlopen. “DRAAI DE KRAAN DICHT!” roep terwijl ik naar buiten ren.
Oké, wat blijkt is dat er aan de buitenkant twee aansluitingen zitten: 1. Voor de watertoevoer. 2. Om de afvalwatertank door te spoelen. Tijdens de demonstratie is er gezegd dat deze laatste aansluiting niet gebruikt hoeft te worden. Maar ja, jezus, je krijgt zoveel info tegelijk. Ik heb dus per ongeluk de waterslang aan de verkeerde aangesloten waardoor de afvalwatertanks vol liepen.. Oepsie. We dweilen de vloer en doen alsof er niks gebeurd is. Tot nu toe is er niet echt iets wat wél in een keer goed gaat, geloof ik. “Later lachen we hier om”, zei ik. Dat deed ik na vijf minuten al. Daarnaast heb ik ook nog eens het 15 ampère ‘hulpstuk’ aangesloten terwijl we een 30 ampère aansluiting hebben. Hierdoor doen de stopcontacten het niet. Ik kom hier pas de volgende dag achter.
Ik heb verder ook wel mijn goede dagen. Ze zijn alleen spaarzaam.

Er rest ons niks anders te doen dan alleen in de zon te zitten en naar het landschap kijken. Voor de tweede keer op rij steek ik het vuur aan om vanavond biefstuk op de grill te leggen. Helaas waait het flink en is het best koud wanneer de zon achter een berg verdwijnt. Dat buiten eten wil nog niet echt lukken. Ook weer zoiets.