Dag 6

Peachland - Revelstoke

De dag begint met zon. Dat is zeldzaam hier. We laten de Okanagan Valley achter ons en gaan richting Rockies met Revelstoke als opwarmer.
Het Okanagan meer is 130 kilometer lang al is het maar een plasje op de kaart. Zo is het met alles in Canada. Zodra we Kelowna door zijn, hebben we het halve meer gehad en laten we het achter ons. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Kelowna is laten we zeggen.. enormer dan gedacht en ongelofelijk druk. Je kunt beter met mooi weer naar de Keukenhof dan in het weekend door Kelowna rijden.. Nou, dat valt eigenlijk best mee. Het was gewoon druk.

We tanken hier voor het eerst. $1,13 per liter. Een Dollar en dertien cent! Per liter! Nou, doet u mij maar een litertje of 100.. Maar het was trouwens zelfbediening.
In Nederland, wanneer ik ga tanken, ben ik binnen een minuut of twee á drie klaar. Met deze Ford E-450 V8 Super Duty duurt het eventjes. Dan is het handig dat je het tank..ding (waar de benzine uitkomt) op een lock kan zetten zodat je geen kramp in je handen krijgt. Wat dan weer níet handig is, is als die lock niet werkt en er om de vijf liter mee stopt zodat je hem steeds weer opnieuw moet indrukken. Dan duurt tanken lang als er ruim 100 liter ingaat. Na 75 liter was ik er dan ook wel klaar mee, maar was de tank pas driekwart vol. Joe, prima. Bye.
O ja, en dat je ná het tanken bedenkt dat je zeven cent per liter korting krijgt omdat je boodschappen hebt gedaan bij de Safeway. Dan maar de volgende keer deze korting inwisselen

Het landschap verandert langzaam naar bossen en hogere bergen. De route (vooral vanaf Sicamous) naar Revelstoke is ontzettend mooi. Dit begint op het Canada te lijken wat je ervan verwacht. Rotswanden, meertjes en die eindeloze treinen. Ik heb gister sushi gekocht en we lunchen aan een picnicktafel langs een meertje.

Het weer lijkt, als vanouds, steeds meer te betrekken richting Revelstoke, maar gek genoeg is de temperatuur daar best oké.
We stoppen in de stad eerst bij de Save-on-Foods. Ik wil het parkeerterrein oprijden, maar een man met een hoog dramagehalte maakt met een duidelijk dat campers langs de weg moeten parkeren in plaats van op het terrein. O, sorry hoor. Djiezus.
De Save-on-foods heeft wifi en ik maak live beelden voor het thuisfront. Zo kunnen ze meemaken dat ik weer een 2 liter fles lemonade koop en dat er een heel schap is alleen voor bacon. Dit zijn dingen die ze willen weten. “You saved 2,78 today!”, zegt de cassière bij het afrekenen. Zelden heb ik zo’n moeite gehad om mijn vreugde te onderdrukken.

Ik heb twee nachten gereserveerd op de Williamson Lake Campground. Deze camping ligt ongeveer vijf minuten buiten de stad en schijnt de enige te zijn waar de trein niet onder je campingstoel doorrijdt. Het heeft een rustige ligging op een open plek in het bos aan een klein meertje. Je bedenkt zelf maar hoe die heet.
We hebben alleen stroom, dus wil ik gelijk de watertank bijvullen. Met een moeilijk draai zet ik de camper voor de kraan. “Wat een domme plek om deze kraan neer te zetten”. Dan kom ik erachter dat de aansluiting aan de andere kant van de camper zit. Niemand aankijken en doorrijden.
We hebben plek 45 die ik zelf heb uitgekozen. Waarom deze? Alleen stroom (goedkoper dan mét wateraansluiting), zicht op het meer én ver van de speeltuin. Ik moet geen spelende kinderen voor mijn camper. Vreselijk.
Het sanitair is redelijk, alleen de twee douches zijn erg onhandig. Ze hebben, uiteraard, een eigen gordijn, maar delen één voor het omkleedgedeelte. Wanneer je in achterste douche bent moet je door het omkleedgedeelte van de eerste douche. Vreemd.

‘s Avonds doe ik een poging om biefstuk te bakken op haardvuur zonder grill. Tot zover het avontuurlijke. Gooi ze maar in de pan.
Dit lijkt de eerste avond te worden waar we buiten bij het vuur kunnen zitten. To nu hebben we ‘s avonds regen of harde wind gehad. Het is nu een droge, windstille avond. Ik maak het vuur, na de gefaalde biefstuk actie, weer aan en.. het gaat regenen. To zo ver.